Ik weet niet hoe het u is vergaan maar door de Israël-leergangen ben ik toch de Bijbel met een andere bril gaan lezen.
Ik ben me gaan realiseren dat wanneer Jezus spreekt, hij spreekt als een Jood en hij spreekt tot de Joden, hij leefde als een Jood ! Hij spreekt in de Bijbel dus niet tot ons West-Europese christenen. We moeten de Bijbel gaan lezen in haar eigen (historische en culturele) context. Op de School voor Theologie leren we: “een Bijbeltekst kan nooit iets betekenen wat het nooit betekende.” Een paar prachtige voorbeelden:

In Johannes 2 vindt u de geschiedenis van de bruiloft te Kana, het begint met: en op de derde dag vond een bruiloft plaats te Kana in Galilea. Waarom uitgerekend op de derde dag? Een Jood heeft hierbij geen verdere uitleg nodig want hier wordt de derde dag uit het boek Genesis mee bedoeld. Deze derde dag geldt in Israël als de ideale trouwdag omdat alleen deze dag de eer krijgt dat tweemaal van Hem gezegd wordt “En God zag dat het goed was” (Genesis 1). Hierin zien de scherpzinnige rabbijnen een dubbel goed omen (voorteken), één voor de bruid en één voor de bruidegom. Daarom vond de bruiloft te Kana en, tot op heden, bijna alle Joodse bruiloften plaats op de “derde” dag van de scheppingsweek.

Iedereen kent de gelijkenis van de verloren zoon. In Lucas 15 leest u: “en hij trok er op uit en drong zich op aan één der burgers van dat land en die zond hem naar het veld om zijn varkens te hoeden.”
Wanneer een Jood dit leest weet hij dat het hier gaat om een binnen-joodse gelijkenis die verhaalt van een verloederde zoon, een zoon die totaal aan lager wal was geraakt—een situatie die in het Hebreeuws het beste kan worden uitgedrukt met het hoeden van varkens.

Hoe meer je de Bijbel in de goede context gaat lezen en bestuderen, hoe meer je gaat begrijpen en hoe meer het gaat leven.

Evert Mussche