Wat antwoorden wij op de vraag ‘Leuk weekend gehad?‘ ‘Ik ben naar de kerk geweest. De dominee preekte over 1 Korinthe 13. Paulus spreekt daar over de liefde?’ En, luistert uw collega nog? Of haakte hij al af bij het woord ‘kerk’? Of pas bij het woord ‘dominee’. Of hield hij het vol tot het woord ‘preekte’ of zelfs tot ‘Paulus’? Je wilde iets vertellen over de inhoud van de preek. Je was getroffen door het feit dat liefde niet zelfzuchtig of egoïstisch is. En dat wat vandaag de dag doorgaat voor liefde dat vaak wel is: ‘I love you, I need you’ is de boodschap.
Je had het ook anders kunnen aanpakken. ‘Mijn weekend? Dat stond in het teken van de liefde! Spannend, niet? Ik hoorde iemand zeggen dat we vaak over liefde praten terwijl we egoïsme bedoelen. Dat heeft me wel aan het denken gezet. Hoe vaak doe je dat niet: ”Tuurlijk schat, ik hou van je. Wil je een kop koffie voor me inschenken?” Of: ”Als je dat voor me doet vind ik je een schat”. Niks mis mee, maar het is geen echte liefde.’ Je hoeft niet gelijk te zeggen waar je die wijsheid vandaan hebt. Het gaat om de inhoud, niet om de verpakking. Je wilt de nieuwsgierigheid van uw collega oproepen. Dan moet je alles wat dat blokkeert achterwege laten. Dus niet praten over saaie kerkdiensten, duffe voorgangers of ellenlange preken.
Hetzelfde doe je als je met anderen praat over wat je opdoet in jouw Bijbels dagboek of jouw dagelijkse Bijbelgedeelte, wat je beleefde in je gebeden, in je gesprekken met medegelovigen. Je laat het kader waarin het jouw verrijkte nog weg, maar geeft de kostbaarheden zelf wel door.

Als mensen gaan vragen waar je dat allemaal vandaan haalt, hul je dan niet in een waas van geheimzinnigheid. Je kiest neutrale woorden en gaat niet uitpakken over de voorganger, de gemeente of de Bijbelstudiekring. Het zijn ‘vrienden’ of ‘goede kennissen’, met wie je regelmatig goede gesprekken hebt. Die relatie doet je zichtbaar goed en je bent op die ander gesteld. Zo voer je de belangstelling op.
Als gelovige val je op, niet op grond van een aantal uiterlijke kenmerken die er uiteindelijk niet toe doen, maar op grond van kwaliteiten die gepaard gaan met een Levend geloof.
Het visje op jouw auto, de christelijke teksttegels in de gang, het rondslingerende kerkblad, de serene zondagse rust op jouw gazon zijn voor intern gebruik. Daar kunnen andersdenkenden niet ‘bij’ en dat zet hen ook onvoldoende aan het denken. Je toont hun op een andere wijze Wie jou bezielt






